13. Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa bestaan uit goodwill, verworven of zelf vervaardigde applicatiesoftware en geactiveerde verhuurcontracten. De immateriële vaste activa, voor zover niet betrekking hebbende op goodwill, worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met de over deze waarde berekende afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Kosten worden uitsluitend geactiveerd wanneer het waarschijnlijk is dat er toekomstige economische voordelen voortvloeien uit het gebruik van een specifiek actief.

Het verloop van de immateriële vaste activa over 2025 is als volgt:

€ miljoen

Goodwill

Software

In uitvoering

Totaal 2025

Aanschafwaarde 1 januari 2025

96

383

50

529

Cumulatieve afschrijvingen 1 januari 2025

-

284

-

284

Boekwaarde 1 januari 2025

96

99

50

245

Herrubricering werken in uitvoering

-

18

-18

0

Investeringen

-

9

50

59

Afschrijvingen

-

-37

-

-37

Buitengebruikstellingen

-

-1

-

-1

Boekwaarde 31 december 2025

96

88

82

266

Cumulatieve afschrijvingen 31 december 2025

-

289

-

289

Aanschafwaarde 31 december 2025

96

377

82

555

De als software aangemerkte activa betreffen voornamelijk het netregistratiesysteem, diverse besturingssystemen, aansluitregisters, klanteninformatiesystemen, werkordermanagementsystemen en overige ondersteunende systemen. De geactiveerde software bestaat voor het grootste gedeelte uit aanschaf van software, waardoor geen wettelijke reserve gevormd is.

Het vergelijkende overzicht over 2024 is als volgt:

€ miljoen

Goodwill

Software

In uitvoering

Totaal 2024

Aanschafwaarde 1 januari 2024

96

367

38

501

Cumulatieve afschrijvingen 1 januari 2024

-

271

-

271

Boekwaarde 1 januari 2024

96

96

38

230

Herrubricering werken in uitvoering

-

21

-21

0

Investeringen

0

21

33

54

Afschrijvingen

-

-39

-

-39

Boekwaarde 31 december 2024

96

99

50

245

Cumulatieve afschrijvingen 31 december 2024

-

284

-

284

Aanschafwaarde 31 december 2024

96

383

50

529

Bijzondere waardeverminderingen immateriële vaste activa

Voor de immateriële vaste activa vindt een berekening van de realiseerbare waarde plaats indien gebeurtenissen of veranderingen in omstandigheden hiertoe aanleiding geven (‘triggering event’ analyse). Op basis van de uitkomsten van deze berekening wordt vastgesteld of er sprake is van een bijzondere waardevermindering. Jaarlijks en bij tussentijdse publicatie wordt geëvalueerd of dergelijke gebeurtenissen of veranderingen aan de orde zijn. In 2025 is als gevolg hiervan geen sprake geweest van een bijzondere waardevermindering.

Enexis Groep heeft bij deze ‘triggering event’ analyse onder andere rekening gehouden met de ontwikkelingen als gevolg van de energietransitie. De ontwikkelingen als gevolg van de energietransitie geven geen aanleiding (‘trigger’) om een berekening van de realiseerbare waarde op te stellen voor de activa van het gasnetwerk, voor een nadere toelichting hieromtrent wordt verwezen naar de paragraaf ‘Toekomstvisie van het gasnet’.

Goodwill impairment test

De goodwill heeft betrekking op de acquisities van Intergas Energie B.V. in 2011, Endinet Groep B.V. in 2016 en N.V. Stedin Netten Weert in 2017 en betreft het verschil tussen de kostprijs van de overname en de reële waarde van de netto-activa op het moment van overname. Ultimo 2025 heeft Enexis Groep een goodwill impairment test uitgevoerd voor de segmenten waarin goodwill is opgenomen.

De goodwill die is voortgekomen uit de acquisities is als volgt toegerekend aan de segmenten:

€ miljoen

Enexis Gereguleerd

Totaal

Intergas Energie B.V.

15

15

Endinet Groep B.V.

78

78

N.V. Stedin Netten Weert

3

3

Totaal

96

96

Uitkomsten

De vastgestelde indirecte opbrengstwaarde van de gereguleerde activa is significant hoger dan de boekwaarde van de corresponderende activa, vermeerderd met de daaraan gealloceerde goodwill. Er is derhalve geen noodzaak tot bijzondere waardeverminderingen van goodwill.

Uitgangspunten

De indirecte opbrengstwaarden van de gereguleerde activa worden bepaald op basis van de meest recente Lange Termijn Financiële Doorrekening. Deze doorrekening beslaat een prognoseperiode van vijftien jaar. De prognoseperiode betreft een periode van vijftien jaar om een goede aansluiting te maken tussen de benodigde investeringen en daaruit voortvloeiende inkomsten die verband houden met de energietransitie. De belangrijkste uitgangspunten die in de Lange Termijn Financiële Doorrekening zijn opgenomen zijn een inschatting van onder meer de disconteringsvoet op basis van de door ACM gehanteerde WACC-percentages, de gereguleerde tarieven en de ontwikkeling van het aantal aansluitingen en diensten alsmede van de operationele en andere kosten. De gekozen uitgangspunten betreffen inschattingen en zijn in belangrijke mate gebaseerd op de meest actuele informatie met betrekking tot tariefregulering (Gewijzigd methodebesluit 2022-2026 en ontwerpmethodebesluit 2027), het investeringsprogramma (strategisch asset management plan) en de operationele kosten inclusief efficiencydoelstellingen (Bedrijfsplan 2026) van Enexis Groep.

De ACM heeft op basis van de gewijzigde methodebesluiten 2022-2026 de tarieven van 2026 vastgesteld. Dit betekent dat de inkomsten vanaf 2026 zijn vastgesteld op basis van de gewijzigde begininkomsten en herziene kortingen ter bevordering van een doelmatige bedrijfsvoering (de x-factoren). Daarnaast zijn de tarieven van 2026 gecorrigeerd voor de te laag vastgestelde inkomsten in 2022, 2023 en 2024 voor elektriciteit. Een deel van deze correctie was al, gezien de omvang, verwerkt in de tarieven van 2025. De correctie bij gas was volledig verwerkt in de tarieven van 2025. De ACM heeft verder besloten om vanaf 2026 een compensatie te geven voor gemiste inkomsten als gevolg van afnemende gasvolumes. In de tarieven van 2026 zijn de correcties die betrekking hebben op de jaren 2022, 2023 en 2024 verwerkt. De correcties met betrekking tot 2025 en 2026 worden in de tarieven van 2027 respectievelijk 2028 verwerkt. Tot slot heeft de ACM in 2025 besloten tot herziening van de verwachte gebruiksduur van slimme meters. Vanaf 2026 wordt bij de bepaling van de klanttarieven rekening gehouden met de aangepaste verwachte gebruiksduur.

Samen met inflatie, aanpassingen voor de inkoopkosten TenneT en nacalculaties met betrekking tot het jaar 2024 in verband met gestegen invoedvolumes en rentekosten in de WACC, leidt de verwerking van het gewijzigde methodebesluit bij de aansluit- en transportdienst elektriciteit in 2026 tot een tariefdaling van ongeveer 2% en bij gas tot een stijging van ongeveer 7%.

Enexis Groep heeft veel aandacht voor een efficiënte bedrijfsvoering, waarbij programma’s worden geïnitieerd die gericht zijn op het realiseren van een efficiëntie. Desondanks zal het operationele kostenniveau naar verwachting toenemen, vooral door extra werk als gevolg van de energietransitie.

De eindwaarde wordt gelijk verondersteld aan de efficiënte boekwaarde (Gestandaardiseerde Activa Waarde) van dat moment. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de regionale netbeheerder haar efficiënte kosten en investeringen inclusief een redelijk rendement vergoed blijft krijgen conform de methode van tariefregulering. Er wordt daarom gerekend met groeivoet voor gereguleerde activiteiten van 0%. Voor een nadere toelichting omtrent de toekomstvisie van Enexis Groep op het gasnet en de gevolgen hiervan voor de waardering van gasactiva wordt verwezen naar paragraaf ‘Toekomstvisie van het gasnet’ aan het einde van deze noot.

De toetsing op bijzondere waardeverminderingen is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

Variabelen

2025

2024

Segmenten

Enexis Gereguleerd

Enexis Gereguleerd

Bron: bedrijfsresultaten toekomstige jaren

Lange termijn Financiële Doorrekening

Lange termijn Financiële Doorrekening

Kosten vreemd vermogen

2,4%

2,4%

Kosten eigen vermogen

6,0%

5,6%

Disconteringsvoet na belastingen

4,1%

3,8%

Gevoeligheidsanalyse

De vastgestelde indirecte opbrengstwaarde van de gereguleerde activa in het operationele segment Enexis Gereguleerd is significant hoger dan de boekwaarde van de corresponderende activa, vermeerderd met de daaraan gealloceerde goodwill. Ondanks dat de indirecte opbrengstwaarde significant hoger is dan de boekwaarde van de gereguleerde activa en de daaraan gealloceerde goodwill, heeft Enexis Groep een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op de belangrijkste uitgangspunten die zijn gebruikt bij de bepaling van de indirecte opbrengstwaarde van de gereguleerde activa teneinde de schattingsonzekerheid inzichtelijk te maken. Op basis hiervan heeft Enexis Groep geconcludeerd dat een redelijke verandering van de uitgangspunten, zoals weergegeven in de gevoeligheidsanalyse hieronder, niet zal leiden tot een afwaardering van de goodwill. De gevoeligheidsanalyse heeft de volgende uitkomsten:

  • Een toename van de disconteringsvoet na belastingen met 0,1% leidt tot een daling van de opbrengstwaarde met € 236 miljoen.

  • Een structurele toename van de verwachte operationele kosten met € 10 miljoen per jaar leidt tot een stijging van de opbrengstwaarde met € 3 miljoen, vanwege het verschil tussen het moment dat de kosten gemaakt worden en de vergoeding in de toekomstige tarieven.

  • Een structurele toename van de verwachte investeringen met € 50 miljoen per jaar leidt tot een stijging van de opbrengstwaarde met € 60 miljoen, vanwege het verschil tussen het moment dat de uitgaven gedaan worden en de vergoeding in de toekomstige tarieven.

Uit bovenstaande gevoeligheidsanalyse blijkt dat een toename van de disconteringsvoet na belastingen met 0,1% leidt tot een daling van de indirecte opbrengstwaarde met € 236 miljoen. De disconteringsvoet is echter gebaseerd op de regulatorische WACC. Het redelijk rendement dat Enexis Groep vergoed krijgt over haar efficiënte investeringen is eveneens afhankelijk van de regulatorische WACC. In bovenstaande gevoeligheidsanalyse wordt slechts rekening gehouden met een aanpassing van de disconteringsvoet en niet met een vergelijkbare toename van het redelijk rendement dat Enexis Groep ontvangt over haar efficiënte investeringen. Een redelijke verandering van de disconteringsvoet, als gevolg van wijzigingen in de regulatorische WACC, zal derhalve niet leiden tot een afwaardering van de goodwill.

Toekomstvisie van het gasnet

Nederland heeft de visie om in 2050 CO2-arm te zijn. De Klimaatwet stelt als doel om tenminste 55% CO2-reductie in 2030 te realiseren, waarbij zekerheidshalve gepland wordt op een ambitie van 60%. Om dit te realiseren wordt middels de Regionale Energie Strategieën en Gemeentelijke Transitievisies Warmte de afhankelijkheid van aardgas voor de bestaande bouw afgebouwd en is de aansluitplicht voor nieuwbouw vervallen. Dit heeft gevolgen voor het gasnetwerk van Enexis Netbeheer B.V. doordat het aantal gasaansluitingen zal afnemen.

In de optiek van Enexis Netbeheer B.V. zal het gaandeweg uitfaseren van aardgas niet leiden tot het op grote schaal buiten gebruik stellen van gasnetten. Dit komt doordat de sterk vermaasde hoofdnetten naast een wijkfunctie ook een doortransportfunctie voor de voeding van stroomafwaarts gelegen netdelen hebben. In voorkomende gevallen kan het zelfs zo zijn dat door het amoveren van hoofdleidingen in woonwijken die “van het aardgas afgaan” er elders in het gasnet verzwaringen en/of uitbreidingen moeten plaatsvinden. Het hogedruk gasnet functioneert als een soort "vaste constante" backbone voor het lagedruk gasnet en voeding voor de sector industrie.

Ook in de CO2-arme energievoorziening in 2050 verwacht Enexis dat er een rol weggelegd blijft voor het gasnet voor de distributie van groen gas en waterstof. Dit is in de praktijk al zichtbaar in de toename van groen gas invoeding, waarmee het gasnet ook op korte termijn een belangrijke bijdrage levert aan de CO2-reductie. Het klimaatakkoord onderkent dat het vrijwel onmogelijk is om zonder gasvormige energiedrager in de warmtevraag te voorzien. Toepassing van uitsluitend elektriciteit is technisch en economisch niet altijd een reële optie. Een warmtenet kan lang niet overal toegepast worden. Toepassing van duurzame gasvormige energiedragers – zoals waterstof geproduceerd uit duurzame elektriciteit of groen gas – in combinatie met de inzet van hybride warmtepompen is in dergelijke situaties de meest begaanbare route naar verduurzaming. Samen met collega netbeheerders in Netbeheer Nederland verband en het ministerie van Klimaat & Groene Groei zijn routekaarten voor zowel groene waterstof en groen gas opgesteld. Een veilig en betrouwbaar gasnet blijft naar verwachting noodzakelijk – ook in een duurzame(re) energievoorziening.

Op Europees niveau geldt daarnaast dat het Europees Parlement in november 2025 een nieuw tussendoel heeft vastgesteld voor 2040, waarbij gestreefd wordt naar een CO2-reductie van 90%. Deze tussendoelstelling sluit aan bij de verwachting van Enexis over de ontwikkeling van het energiesysteem richting 2050 zoals vormgegeven in de uitgewerkte scenario’s.

Omdat de genoemde ontwikkelingen nog in beweging zijn en mogelijk grote impact zouden kunnen hebben voor Enexis, wordt het voorgenomen beleid, geformuleerde beleidsambities, sectorale plannen, nieuwe studies en routekaarten nauwgezet gevolgd. Elke twee jaar wordt een nieuwe doorrekening gemaakt van de impact van scenario’s die zich kunnen voltrekken tot aan 2050 om investeringsbeleid indien nodig te herijken. Tevens is Enexis intensief betrokken bij de Regionale Energiestrategieën, Transitie Visie Warmtes en proeftuinen aardgasvrije wijken.

Het is dus de verwachting van Enexis dat in de CO2-arme energievoorziening in 2050 een rol is weggelegd voor het gasnet voor de distributie van groen gas en waterstof. Vanwege de doortransportfunctie van het hoofdnet leidt een afname van het aantal gasaansluitingen daarnaast in mindere mate tot verwijdering van hoofdnetten. In de optiek van Enexis Netbeheer B.V. is het daarom niet zo dat het gaandeweg uitfaseren van aardgas ook leidt tot het op grote schaal buiten gebruik stellen van gasnetten.

Doordat het aantal gebruikers van het gasnet afneemt, maar dit naar verwachting niet leidt tot het op grote schaal buiten gebruik stellen van de gasactiva, is Enexis vanaf boekjaar 2022 voor gasactiva overgestapt op de degressieve afschrijvingsmethode. Het verbruikspatroon van de toekomstige economische voordelen die de activa in zich bergt, wordt namelijk weerspiegeld door het patroon waarin het aantal gebruikers van het gasnet afneemt. Voor meer informatie wordt verwezen naar noot 5. Afschrijvingen en buitengebruikstellingen.

Enexis ziet op dit moment geen aanleiding om de afschrijvingstermijnen van de bestaande gasnetten in te korten of tot afwaardering van de bestaande gasnetten over te gaan. Om dit risico verder te beperken is Enexis Netbeheer B.V. wel uiterst terughoudend met het nieuw aanleggen en vervangen van gasnetten wanneer alternatieve warmtevoorzieningen zoals warmtenetten of all-electric oplossingen in beeld zijn. Om de betrouwbaarheid en veiligheid van het gasnet te waarborgen, blijven de grootschalige meerjaren vervangingsprogramma’s die in uitvoering zijn vanwege veroudering van netcomponenten doorlopen. Door de afronding van een eerste groep programma's nemen gasvervangingen vanaf 2025 iets af, maar blijft het totale volume wel op niveau tot 2030. Na 2030 zijn de grote meerjaren vervangingsprogramma's afgerond en zal het niveau van vervangingen in de gasnetten verder teruglopen.

In het Methodebesluit Gas voor de reguleringsperiode 2022-2026, heeft de ACM rekening gehouden met de verwachte toekomstige afname van het aantal gebruikers van het gasnet. De ACM heeft dit onder andere gedaan door voor de bepaling van de WACC over te stappen op het nominale in plaats van reële stelsel. waardoor de inflatievergoeding niet langer naar de toekomst wordt doorgeschoven. Een andere belangrijke wijziging, betreft de overstap op een degressieve afschrijvingsmethode voor gasactiva vanaf 2022. De ACM heeft gekozen voor de degressieve afschrijvingsmethode, aangezien deze methode beter past bij de verwachte toekomstige afname van het aantal gebruikers van het gasnet. Hiermee voorkomt de ACM dat – bij een lineaire afschrijvingsmethode - steeds minder gebruikers de jaarlijkse afschrijvingslasten moeten dragen. De ACM ziet geen aanleiding om de economische en technische levensduur van de gasactiva te herzien. Deze wijzigingen in het Methodebesluit Gas hebben geleid tot een hogere vaststelling van de efficiënte kosten inclusief een redelijk rendement die de regionale netbeheerders vergoed krijgen. Vanaf 2026 houdt de ACM bij de tarieven ook rekening met gemiste inkomsten als gevolg van de afnemende gasvolumes.

Naast bovenstaande ontwikkelingen in de huidige maatstafregulering zijn de ontwerpmethodebesluiten 2027-2031 gepubliceerd. Belangrijke ontwikkelingen hierin zijn de overgang van maatstafregulering naar de meer op onze eigen kosten gebaseerde Cost+-regulering en toepassing van het nominale WACC-stelsel voor elektriciteit, hetgeen al van toepassing is voor gas. Enexis blijft haar efficiënte kosten en investeringen vergoed krijgen.

Enexis Groep heeft bovenstaande veronderstellingen en uitgangspunten met veel zorgvuldigheid opgesteld. De veronderstellingen en uitgangspunten over de toekomst van het gasnet zijn op dit moment echter nog met veel onzekerheden omgeven. De veronderstellingen en uitgangspunten worden in beginsel periodiek herijkt, tenzij onverwachte significante gebeurtenissen onmiddellijke aanpassing vereisen.