Onze broeikasgasemissies (CO2 voetafdruk)

We rapporteren onze broeikasgasemissies volgens de vereisten van ESRS, rekening houdend met de beginselen, vereisten en handvatten zoals opgenomen in het GHG-protocol, uitgesplitst per scope (1, 2 en 3): ESRS E1-6 par. 44)

1Het basisjaar 2024 is aangepast vanwege herziening van cijfers. De toelichting van deze wijzigingen is opgenomen in de paragraaf Foutherstel en schattingswijziging vergelijkende cijfers CO2-eq-voetafdruk 2024.

Retrospectief

Mijlpalen en jaar doel

Basisjaar1

Boekjaar

% mutatie 2025 t.o.v. 2024

2026 t.o.v. basisjaar

2030 t.o.v. basisjaar

2050

Jaarlijks doel (%)

2024

2025

Scope 1-emissies

Bruto scope 1-emissies (ton CO2-eq)

113.635

103.808

-9%

Lekkages gasnetwerk

103.701

93.995

-9%

Lease- en dienstauto's

8.180

8.032

-2%

Gasverbruik gebouwen

1.229

1.030

-16%

Lekkage SF6 uit schakelapparatuur

228

526

131%

Lekkage koudemiddelen (HFK/PFK)

50

52

4%

Aggregaten

247

173

-30%

Percentage scope 1 emissies van gereglementeerde emissiehandelssystemen (%)

0%

0%

Bruto locatiegebaseerde  scope 2-emissies (ton CO2-eq)

336.967

280.672

-17%

Netverlies elektra

333.789

277.618

-17%

Elektriciteitsverbruik gebouwen

1.751

1.700

-3%

Lease- en dienstauto's

1.427

1.354

-5%

Bruto marktgebaseerde  scope 2-emissies (ton CO2-eq)

1.427

-

-100%

Netverlies elektra

0

0

Elektriciteitsverbruik gebouwen

0

0

Lease- en dienstauto's

1.427

-

-100%

Totaal scope 1 & 2 (market based)

115.062

103.808

-10%

-13%

-25%

nvt

nvt

Scope 3-emissies

Totaal bruto indirecte (scope 3) emissies (ton CO2-eq)

549.039

701.165

28%

1. Gekochte goederen en diensten

118.179

112.273

-5%

2. Kapitaalgoederen

346.344

490.662

42%

3. Brandstof- en energieactiviteiten (niet opgenomen in scope 1 of 2)

65.869

76.165

16%

4. Upstream vervoer en -distributie

4.056

4.443

10%

5. Afval geproduceerd bij activiteiten

4.628

5.696

23%

6. Zakelijk reisverkeer

1.491

2.688

80%

7. Woon-werkverkeer werknemers

2.084

2.365

13%

8. Upstream geleasede activa2

9. Downstreamvervoer3

10. Verwerking verkochte producten4

11. Gebruik verkochte producten5

12. End-of-life-verwerking verkochte producten6

13. Downstream geleasede activa7

14. Franchises8

15. Investeringen

6.388

6.873

8%

Totale broeikasgasemissies

Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) (ton CO2-eq)

999.641

1.085.645

9%

nvt

nvt

nvt

nvt

Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) (ton CO2-eq)

664.100

804.973

21%

nvt

nvt

nvt

nvt

1Het basisjaar 2024 is aangepast vanwege herziening van cijfers. De toelichting van deze wijzigingen is opgenomen in de paragraaf 'Foutherstel en schattingswijziging vergelijkende cijfers CO2-eq-voetafdruk 2024'
2Niet van toepassing, alle leased assets vallen al onder categorie 1 en 2
3Niet van toepassing, Enexis verkoopt geen fysieke producten of diensten die aan distributie onderhevig zijn
4Niet van toepassing, Enexis verkoopt geen fysieke producten die door derden verder verwerkt moeten worden
5Niet van toepassing, Enexis verkoopt geen producten die individuele gebruiksemissies zouden genereren
6Niet van toepassing, Enexis verkoopt geen fysieke producten, dus zijn er geen emissies einde levensduur te verantwoorden.
7Niet van toepassing, Enexis heeft geen downstream leased assets.
8Niet van toepassing, Enexis heeft geen franchises

Methodologie en significante aannames (ESRS E1-6 AR 39)

De broeikasgasemissies zijn berekend en weergegeven in lijn met de ESRS-E1-standaard, welke geïnspireerd is op het internationale Greenhouse Gas Protocol Corporate Standard inclusief richtlijnen.

De emissiefactoren zijn afkomstig uit verschillende openbare en niet-openbare bronnen, zoals de website www.co2emissiefactoren.nl en DEFRA. We controleren deze factoren jaarlijks en werken deze bij indien deze gewijzigd zijn. In enkele gevallen ontvangen we emissiegegevens van externe leveranciers, die ze zelf berekenen. We rapporteren in CO2 -equivalenten. Per scope lichten we de methodologie en aannames toe van de meest significante categorieën.

Scope 1: Directe emissies

Scope 1 bevat de directe emissies van broeikasgassen uit bronnen die we in eigendom of beheer hebben. De grootste uitstoot komt van technische lekkages van het gasnetwerk en het brandstofverbruik van lease- en dienstauto’s (zie tabel).

Onze CO2-emissies van technische gaslekkages worden berekend op basis van OGMP2.0, in beheer van Kiwa. Belangrijke gegevens die wij aanleveren zijn de lengtes en de materiaalsoort van het leidingnetwerk. Ook het (gemiddelde) aantal lekkages, storingen en schades worden meegenomen in OGMP2.0. De berekeningen vinden plaats op basis van 2024-data: de aantallen en lengtes van ons gasnetwerk verschillen jaar op jaar niet significant. De emissiefactor is afkomstig van www.co2emissiefactoren.nl.

Voor het bepalen van de CO2-emissies van lease- en dienstauto’s gebruiken we gegevens die we van de leveranciers ontvangen. Concreet gaat het om de hoeveelheid getankte liters per type brandstof. Met behulp van www.co2emissiefactoren.nl berekenen we per soort brandstof de CO2-eq-uitstoot.

Scope 1 bevat het gasverbruik van onze gebouwen. Het betreft het verbruik van zowel onze eigen panden als het verbruik in gehuurde panden. De CO2-uitstoot berekenen we met de emissiefactor voor aardgas, afkomstig van www.co2emissiefactoren.nl.

Scope 2: Indirecte emissies elektriciteit en warmte

Scope 2 omvat de uitstoot van broeikasgassen die ontstaat bij de opwekking van de elektriciteit en warmte die wij gebruiken. Als netbeheerder distribueren wij elektriciteit, waarbij altijd een deel van de energie verloren gaat, door weerstand in kabels. Dit noemen we netverlies elektriciteitstransport. Daarnaast verbruiken we zelf elektriciteit in onze gebouwen en een deel van de leaseauto’s.

We laten onze CO₂-uitstoot op twee manieren zien:

  • Locatiegebaseerd: de CO₂-emissies op basis van de daadwerkelijke energiemix op het net.

  • Marktgebaseerd: de CO₂-emissies op basis van de ingekochte elektriciteit, inclusief Garanties van Oorsprong (GvO's)

Het grootste deel van onze locatiegebaseerde uitstoot komt door netverliezen elektriciteit. Dit is het verschil tussen de hoeveelheid ingevoede en afgenomen elektriciteit. Dit netverlies moeten we compenseren door de verloren hoeveelheid elektriciteit in te kopen. We doen dit bij verschillende leveranciers. Die ingekochte elektriciteit geldt als ons eigen verbruik. We drukken dit uit in GWh en rekenen het om naar CO₂-equivalenten met de emissiefactor van de landelijke gridmix, afkomstig van www.co2emissiefactoren.nl. We vergroenen het netverlies door de aankoop van Garanties van Oorsprong (GvO’s).

Scope 2 omvat ook het elektriciteitsgebruik van onze gebouwen. Voor de panden die we zelf beheren, kopen we groene elektriciteit in. In gehuurde panden hebben we niet altijd invloed op de energie-inkoop; daar is de elektriciteit niet altijd groen. In twee gebouwen gebruiken we warmte uit een lokaal warmtenet. Niet-groene elektriciteit vergroenen we met GvO’s. Het elektriciteitsgebruik van de gebouwen drukken we uit in GWh, op basis van gegevens van een externe meetdienst. De gebruikte emissiefactor voor elektriciteit, de landelijke gridmix, is afkomstig van www.co2emissiefactoren.nl.

Tot slot valt onder scope 2 ook het elektriciteitsgebruik van onze lease- en dienstauto’s. Voor het bepalen van de CO2-emissies van lease- en dienstauto’s gebruiken we gegevens die we van de leveranciers ontvangen in KWh. Omdat deze auto’s vaak laden bij laadpunten waarop wij geen invloed hebben qua energie-inkoop, gaan we hierbij uit van de landelijke gridmix. De emissiefactor komt ook hier van www.co2emissiefactoren.nl. Ook deze elektriciteit vergroenen we met GvO's.

Scope 3: Andere indirecte emissies

Scope 3 omvat alle broeikasgasuitstoot in onze waardeketen – upstream en downstream. Het gaat om emissies die wij niet zelf veroorzaken, maar die het gevolg zijn van onze activiteiten. Het internationale GHG-protocol onderscheidt vijftien categorieën. Categorie 8 tot en met 14 zijn voor ons niet van toepassing, omdat we geen goederen of diensten verkopen. Een deel, 30%, van onze uitstoot in scope 3 berekenen we op basis van onze financiële uitgaven (spend). Als er specifieke gegevens beschikbaar zijn – bijvoorbeeld over de CO2-uitstoot van een leverancier – dan gebruiken we die. 70% van de uitstoot in scope 3, is berekend op basis van specifieke data of een inschatting op basis van specifieke data.(ESRS E1, AR46g) We werken eraan om meer gedetailleerde en specifieke data te verkrijgen, zodat we onze scope 3-emissies steeds nauwkeuriger kunnen berekenen. De drie grootste categorieën lichten we hier toe.

Categorie 1: gekochte goederen en diensten; Hieronder vallen onder meer de kleinere materialen zoals gereedschap, ICT en overige diensten. De uitstoot berekenen we op basis van spend en waar mogelijk leverancier-specifieke informatie. Per onderdeel kiezen we de meest passende emissiefactoren, afkomstig van DEFRA (beheerd door het Britse milieuministerie) of van leveranciers zelf. Bij de berekening van de CO₂-eq-uitstoot van transportdiensten elektriciteit gebruiken we ook de spend-methode, vermenigvuldigd met een DEFRA-emissiefactor die past bij dienstverlenende activiteiten.

Categorie 2: kapitaalgoederen; Hieronder vallen de emissies die ontstaan bij de productie van onze grote investeringsgoederen, zoals kabels, gasbuizen en transformatoren. We baseren onze berekeningen op gegevens over de uitstoot per kg materiaal op basis van grondstoffenpaspoorten die we ontvangen van leveranciers. Onze werkwijze met betrekking tot grondstoffenpaspoorten hebben we beschreven in het hoofdstuk Materiaalgebruik en Circulaire economie. De hoeveelheden materiaal vermenigvuldigen we met de emissiefactoren per kg materiaal van onderzoeksbureau CE Delft. Zo kunnen we de uitstoot per type component omrekenen naar CO₂-equivalenten. Als materiaal specifieke-data ontbreekt, vullen we de berekening aan op basis van de investeringsbedragen (spend). Dit gebeurt met een gewogen gemiddelde van de totale set componenten waar we wel specifieke data van hebben. Ook aannemerij valt onder deze categorie. De emissies hiervan berekenen we op basis van de CO2-eq-voetafdruk (scope 1 en 2) van de aannemers. De scope 3-emissies van de aannemers zijn hier niet in meegenomen, om dubbeltelling met onze inkoop van materialen te voorkomen. We hanteren de uitstoot per miljoen euro omzet en relateren die aan de spend. Waar deze informatie niet beschikbaar is, extrapoleren we de gemiddelde uitstoot per miljoen euro spend van de aannemers waarover we wel informatie hebben, naar de spend van de aannemers waarvan we geen CO2 specifieke informatie hebben.

Categorie 3: brandstof en energieactiviteiten; Deze categorie omvat zowel de emissies die ontstaan uit administratief gaslekverlies als de ketenemissies van brandstofverbruik door lease- en dienstauto’s, aggregaten en gebouwen. Het administratief gaslekverlies bepalen we door het totale netverlies te verminderen met het technisch lekverlies. We berekenen het brandstofverbruik op basis van verbruiksgegevens, vermenigvuldigd met de emissiefactoren voor ketenemissies Well to Tank (WTT) van www.CO2emissiefactoren.nl. Voor een klein deel van deze emissies gebruiken we nog de spend-methode. De uitstoot in deze categorie wordt market-based weergegeven. Dat wil zeggen dat de upstream emissies van elektriciteit waarvoor GvO's zijn ingekocht, wordt vermenigvuldigd met een emissiefactor 0. 

Toelichting op mutaties 2025 ten opzichte van 2024

Scope 1: Directe emissies

De totale CO2-eq-uitstoot in scope 1 is gedaald met 9%. Wanneer we dieper inzoomen op onze afzonderlijke directe emissies, zien we een aantal ontwikkelingen:

  • Het lekverlies gas is aanzienlijk gedaald ten opzichte van 2024 (9% daling). Deze post vertegenwoordigt 91% van de uitstoot in scope 1 in 2025. Deze daling is gerealiseerd door het verhogen van de frequentie gaslekzoeken en het sneller dichten van gaslekkages. Ook is het aantal graafschades in aansluitleidingen gedaald.

  • De uitstoot als gevolg van het aardgasverbruik in onze eigen gebouwen daalde met 16%. Deze daling wordt hoofdzakelijk verklaard door verhuizing naar panden zonder gasverbruik. 

  • De uitstoot als gevolg van brandstofverbruik door lease- en dienstauto’s daalde licht met 2%. Dit komt doordat steeds meer leaserijders een elektrische auto hebben. De uitstoot van elektrische auto's wordt gerekend in scope 2. De post lease- en dienstauto's is goed voor 8% van de uitstoot in scope 1.

Scope 2: Indirecte emissies elektriciteit en warmte

De CO2-eq-uitstoot van netverlies van elektriciteitstransport daalde met 17% (locatiegebaseerd). Dit komt doordat de CO2-emissiefactor van de landelijke gridmix is gedaald ten opzichte van 2024 (van 0,27 naar 0,22 kg CO2 per kWh). De landelijke gridmix is gedaald doordat het aandeel groene stroom in de totale stroommix is gestegen en doordat de grijze stroom wordt opgewekt uit een minder vervuilende productiemix (minder kolen, meer gas en WKK).

Het volume netverlies in MWh steeg met 2%. We vergroenen het netverlies van elektriciteitstransport voor 100% door middel van GvO’s. Marktgebaseerd is de uitstoot daardoor 0 ton CO2-eq.

Hoewel het verbruik van elektriciteit in onze gebouwen licht steeg, daalde de CO2-eq-uitstoot licht met 3% (locatiegebaseerd). Dit komt door een aanzienlijke afname van de CO2-emissiefactor van de landelijke gridmix (19%). Marktgebaseerd resulteert dit in 2025 ook in een uitstoot van 0 ton CO2-eq. Datzelfde gold voor onze elektrische lease-en dienstauto's. Het verbruik steeg, maar door de dalende emissiefactor, daalde de locatiegebaseerde uitstoot. 

Scope 3: Andere indirecte emissies

De CO2-eq-uitstoot in scope 3 neemt toe met 26%. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de groei van investeringen ten behoeve van uitbreiding, beheer en onderhoud van onze netten. Daardoor kopen we meer componenten in en groeit onze organisatie. 

Foutherstel en schattingswijziging vergelijkende cijfers CO2-eq-voetafdruk 2024

De totale uitstoot van scope 1, 2 en 3, zoals in het jaarverslag 2024 is gerapporteerd bedroeg 1.173.312 ton CO2-eq (locatiegebaseerd). Foutherstel heeft plaatsgevonden omdat in 2025 is geconstateerd dat enkele uitgangspunten onjuist zijn toegepast. Ook is sprake van een schattingswijziging, die aanleiding gaf om de CO2-eq-voetafdruk over 2024 aan te passen. De totale, locatiegebaseerde, uitstoot over 2024 is aangepast naar 999.641 ton CO2-eq. In onderstaande tabel is de impact van de wijzigingen zichtbaar. Een toelichting per wijziging is opgenomen onder de tabel. 

Locatiegebaseerd in ton CO2-eq

Gerapporteerd in jaarverslag 2024

Aangepaste vergelijkende cijfers

Impact herzieningen

Scope 1

105.574

113.635

8.061

Scope 21

452.294

336.967

-115.326

Scope 3

615.444

549.039

-66.405

Totaal

1.173.312

999.641

-173.670

1Marktgebaseerd betrof de uitstoot in scope 2 1.427 ton CO2-eq. De herziening die is toegepast heeft enkel effect op de locatiegebaseerde weergave. Marktgebaseerd blijft de CO2-eq uitstoot ongewijzigd.

Foutherstel

Scope 1

Abusievelijk is de emissiefactor voor biogeen methaan gehanteerd in het jaarverslag 2024, waar dit fossiel methaan had moeten zijn. De aanpassing van de emissiefactor leidt tot een stijging in de uitstoot met 6.913 ton CO2-eq. Een kleine correctie heeft daarnaast geleid tot een aanpassing van 1.148 ton CO2-eq.

Scope 2

In 2024 is de locatie gebaseerde uitstoot van netverlies elektriciteit voor scope 2 abusievelijk berekend op basis van stroometiketten. Stroometiketten geven de specifieke CO2-eq-uitstoot per MWh van energieleveranciers weer. Een locatiegebaseerde berekening dient echter vastgesteld te worden op basis van de landelijke gridmix. De uitstoot berekend op basis van stroometiketten bedroeg 449.116 ton CO2-eq. De uitstoot op basis van de landelijke gridmix bedraagt 333.789 ton CO2-eq. Dit is hersteld voor het jaar 2024. De impact van deze herziening is een afname van 115.326 ton CO2-eq in scope 2 (locatiegebaseerd).

Scope 3

De categorieën 1 en 2 in scope 3 bevatten onder andere de uitstoot van onze componenten. In de berekening van componenten hebben we enkele wijzigingen doorgevoerd. De redenen hiervoor zijn: er heeft een dubbeltelling plaatsgevonden, er is een rekenkundige wijziging doorgevoerd en specifieke informatie die in de loop van 2025 beschikbaar is gekomen over een component is met terugwerkende kracht toegepast op 2024. De CO2-eq uitstoot in categorie 1 stijgt hierdoor met 777 ton CO2-eq. In categorie 2 daalt de uitstoot door deze correcties met 22.296 ton CO2-eq. Overige kleinere wijzigingen in scope 3 zijn doorgevoerd, wat resulteert in een afname van de uitstoot in scope 3 van 5.751 ton CO2-eq. 

Schattingswijziging

Scope 3

In 2025 heeft DEFRA, een internationaal gerenommeerde database voor CO2-emissiefactoren, haar emissiefactoren met terugwerkende kracht herzien. We gebruiken de emissiefactoren van DEFRA voor de berekening van onze uitstoot op basis van spend in scope 3. De spend based emissies in de CO2-eq-voetafdruk 2024 zijn ten behoeve van de vergelijkbaarheid van de data in het basisjaar opnieuw berekend op basis van de herziene emissiefactoren. De CO2-eq uitstoot in 2024 is door deze schattingswijziging, verspreid over verschillende scope 3 categorieën, 39.134 ton CO2-eq lager dan gerapporteerd is in jaarverslag 2024.

Emissie-intensiteit

In onderstaande tabel staat de emissie-intensiteit per netto-opbrengst: (ESRS E1-6 AR 54)

Emissie-intensiteit in ton CO2-eq/miljoen euro

2025

2024

% mutatie

Broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) scope 1 & 2

130

174

-25%

Broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) scope 3

237

211

12%

Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd)

367

385

-5%

Broeikasgasemissies (marktgebaseerd) scope 1 & 2

35

44

-21%

Broeikasgasemissies (marktgebaseerd) scope 3

237

211

12%

Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd)

272

256

6%

De netto-opbrengsten van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact is ontleend aan de netto-opbrengsten zoals gepresenteerd in noot 1 van de geconsolideerde jaarrekening.