Enexis heeft in 2024 impacts, risico’s en kansen (hierna ook wel IRO's genoemd) in kaart gebracht en op materialiteit beoordeeld volgens de eisen van de ESRS. Deze aanpak heet 'dubbele materialiteit'. Hierbij is onder andere rekening gehouden met de waardeketen, de relevante stakeholders, de context van de activiteiten, de belangrijkste zakelijke relaties en de geografische dimensie. (ESRS 2 SBM-2 par. 45a en c)
De CSRD vereist dat er periodiek een dubbele materialiteitsanalyse (DMA) wordt uitgevoerd. Enexis heeft bepaald om de DMA elke twee jaar uit te voeren en in het tussenliggende jaar een validatie van de resultaten (IRO's) uit te voeren. Na de eerste DMA in 2024 vindt de volgende uitvoerige DMA plaats in 2026. (ESRS 2 IRO-1 par. 53h) Voor boekjaar 2025 is er een validatie uitgevoerd van de dubbele materialiteitsanalyse van vorig jaar om te bepalen of deze ook relevant en toereikend is voor dit jaar. Deze validatie heeft uitgewezen dat de DMA van 2024 ook relevant is voor 2025 en er zijn geen toevoegingen of wijzigingen in materiële thema's ten opzichte van vorig jaar. De validatie van de dubbele materialiteitsanalyse voor 2025 bestond uit verschillende onderdelen, zoals een benchmark met peers, een triggeranalyse en een validatie door de stuurgroep CSRD en de rvb. (ESRS 2 SBM-3 par. 46 en 48g)
Een vergelijking met peers heeft uitgewezen dat dat er minimale verschillen bestaan in de DMA uitkomsten tussen Enexis en de overige netbeheerders. Met de triggeranalyse is onderzocht of er grote veranderingen zijn geweest in aspecten als het bedrijfsmodel, strategische processen, organisatorische structuur en maatschappelijke ontwikkelingen. De conclusie is dat er geen significante veranderingen zijn die invloed hebben op de voor Enexis materiële duurzaamheidsthema’s. Ook bleek uit de validatie door de stuurgroep CSRD dat er geen aanpassing nodig is op de materiële duurzaamheidsthema's van 2025. Tenslotte heeft de rvb akkoord gegeven op deze validatie en de uitkomst.
Methodologie voor DMA en IRO's
Hieronder beschrijven we in stappen hoe we in 2024 de materiële duurzaamheidsthema’s hebben vastgesteld.
-
Identificatie duurzaamheidsthema’s (opstellen "longlist") op basis van de lijst met onderwerpen in de thematische ESRS (zoals opgenomen in TV16 van ESRS 1), aangevuld met mogelijke entiteitspecifieke onderwerpen afgeleid uit voorgaande rapportages en verslaggeving door peers.
-
Analyse van duurzaamheidsthema’s die duidelijk niet relevant zijn voor Enexis Groep, en deze vervolgens uitsluiten van beoordeling (opstellen “medium list”).
-
Uitwerking van de impacts, risico’s en kansen per duurzaamheidsthema op basis van al aanwezige interne/externe documentatie en kennis van interne deskundigen, evenals een initiële beoordeling van de materialiteit.
-
Werksessies met interne deskundigen die dagelijks met belangrijke stakeholders in contact staan. Doel: de impacts, risico’s en kansen aanscherpen en de beoordeling op materialiteit bespreken. Hierbij is onder meer gebruik gemaakt van:
-
de klimaatrisico-analyse;
-
een onderzoek naar de mate van circulariteit van componenten. Het onderzoek is onder andere gebaseerd op de hoeveelheden grondstoffen in onze componenten en de uitstroom van materialen;
-
een risicoscan (mens en milieu) op de belangrijkste waardeketen, op basis van de OESO-richtlijnen;
-
de Taskforce on Nature-related Financial Disclosures (TNFD) sector guidance "Electric utilities and power generators";
-
Enexis’ SRA, Strategische Risico Analyse (vanaf 2025 ook wel TRA, Top Risico Analyse, genoemd).
-
-
Interviews en vervolggesprekken met individuele interne deskundigen (na de werksessies).
-
Opstellen van het overzicht met materiële duurzaamheidsthema’s en gerelateerde impacts, risico’s en kansen ("shortlist").
-
Validatie van de "shortlist" door de rvb, waarna de rvc over de uitkomsten is geïnformeerd.
-
Validatie van de resultaten door interne stakeholder vertegenwoordigers.
Enexis Groep maakt gebruik van kwantitatieve en kwalitatieve drempelwaarden om te bepalen welke impacts, risico’s en kansen materieel zijn, en daarmee welke duurzaamheidsthema’s voor rapportagedoeleinden. Alle impacts, risico’s en kansen worden ‘bruto’ beoordeeld en als materieel beschouwd als de score uitkomt boven de drempelwaarde van impactmaterialiteit
of financiële materialiteit. (ESRS 2 IRO-1 par. 53a) (ESRS 2 IRO-1 par. 53b) Het toegepaste model is samen met de afdeling Riskmanagement ontwikkeld. Hierbij zijn alle geïdentificeerde negatieve impacts gescoord op basis van een vijfpuntschaal. Positieve impacts kennen naast waarschijnlijkheid twee variabelen (schaal en reikwijdte); de maximale score voor positieve impacts is dan 10. Bij negatieve impacts houden we ook rekening met onomkeerbaarheid; door deze extra variabele is de maximale score 15. Om tot een gebalanceerd verslag te komen (vanuit het voorzichtigheidbeginsel) is de drempelwaarde voor beide type impacts op ≥8 gezet. Dit betekent dat alle negatieve impacts met een "midden"-score en alle positieve impacts met een "hoog"-score als ‘materieel’ beoordeeld worden. Voor financiële materialiteit hebben we aangesloten op de methode van de bestaande SRA met een driepuntschaal. (ESRS 2 SBM-3 par. 46 en 48h) De uitkomsten liggen dan tussen 0 en 3. Dit betekent dat als de drempel op ≥1.5 wordt gezet, alle thema’s met een "hoog"-score als "materieel’" beoordeeld worden.
Materiële impacts, risico's en kansen
In onderstaande figuur zijn de voor Enexis als materieel geïdentificeerde ESRS onderwerpen gepositioneerd in de kwadranten die horen bij Impact materieel, Dubbel materieel en Financieel materieel. In de bijbehorende toelichting onder de figuur staat vervolgens per categorie uitgewerkt om welk ESRS (sub)onderwerp dit gaat en of het een impact, kans of risico betreft. (ESRS 2 SBM-3 par. 46 en 48a) Deze (sub)onderwerpen worden in de opvolgende hoofstukken van de duurzaamheidsverklaring verder uitgewerkt.
Naast de materiële onderwerpen die direct te koppelen zijn aan de ESRS heeft Enexis een aantal specifieke onderwerpen geïdentificeerd. Deze entiteitspecifieke onderwerpen staan hieronder in de figuur aangegeven met een *. De materiële IRO's per onderwerp staan aan het begin van het gerelateerde hoofdstuk weergegeven in een tabel (ESRS 2 SBM-3 par. 48a) en houden verband met de strategie en het business model van Enexis. (ESRS 2 SBM-3 par. 48c(ii) (ESRS 2 SBM-3 par. 48c(iv)) In de opvolgende hoofdstukken krijgen de IRO’s verdere toelichting over onder meer de financiële effecten.(ESRS 2 SBM-3 par. 48c(i) (ESRS 2 SBM-3 par. 48c(ii) (ESRS 2 SBM-3 par. 48d)
Entiteit specifieke KPI's
Onderstaande tabel geeft per ESRS de KPI's weer en of dit een entiteit specifieke KPI betreft of niet:
|
ESRS |
KPI's |
Entiteit specifiek? |
|
E1 |
CO2eq-besparing scope 1 en 2 (%) |
Nee |
|
Technische gerealiseerde netcapaciteit - bruto (# MVA) |
Ja |
|
|
Jaarlijkse uitvalduur (minuten) |
Ja |
|
|
E5 |
% primaire grondstoffen per eenheid product |
Ja |
|
Vermeden inkoopwaarde |
Ja |
|
|
S1 |
Lost Time Injury Frequency (LTIF) Enexis |
Ja |
|
TRIFR |
Nee |
|
|
Netto groei schaars technisch personeel |
Ja |
|
|
e-NPS |
Ja |
|
|
Aandeel vrouw RvB (%) |
Ja |
|
|
Leidinggevende EP-functies ingevuld door vrouw (%) |
Ja |
|
|
Aandeel vrouw in hoger management (%) |
Nee |
|
|
S2 |
Lost Time Injury Frequency Contractors |
Ja |
|
S3 |
Publieke veiligheid |
Ja |
|
S4 |
Tevredenheid uitvoerdatum KV (%) |
Ja |
|
Aansluittermijn GV conform wensdatum (%) |
Ja |
|
|
Planvastheid (%) |
Ja |
|
|
Technische gerealiseerde netcapaciteit - bruto (# MVA) |
Ja |
|
|
Tevredenheid uitvoerdatum KV (%) |
Ja |
|
|
Gecreëerde netcapaciteit door Flexibel Uitnutten Net (# MW) |
Ja |
|
|
Jaarlijkse uitvalduur (minuten) |
Ja |
|
|
Beïnvloedbare kosten en opbrengsten (€ mln) |
Ja |
|
|
G1 |
- |
Besluitvormingsprocessen, controleprocedures en integratie in bestaande processen
In opdracht van de rvb heeft de afdeling External Reporting het proces van de dubbele materialiteitsanalyse 2024, evenals de validatie in 2025, gecoördineerd. Kritieke beslissingen waren het identificeren van belanghebbenden, het scoren van de impacts, risico’s en kansen, en ook de vaststelling van materiële duurzaamheidsthema’s en de daaraan verbonden toelichtingsvereisten. Deze beslissingen zijn genomen door de stuurgroep CSRD op basis van een gedetailleerde interne vastlegging van overwegingen en onderbouwende documentatie. De uitkomsten zijn ter validatie aan de rvb aangeboden en besproken. (ESRS 2 IRO-1 par. 53d)
In 2024 was het in kaart brengen, beoordelen en beheersen van impacts en risico’s die voortkomen uit de dubbele materialiteitsanalyse nog niet geïntegreerd in het risicomanagementproces. In 2025 is er specifiek aandacht besteed aan risico's met een duurzaamheidskarakter waarmee de integratie is verbeterd. Zie toelichting onder 'Risicobeheersing en interne controle voor de duurzaamheidsverklaring' voor aanvullende informatie over hoe Enexis Groep haar risicobeheersing heeft vormgegeven. (ESRS 2 IRO-1 par. 53e) Voor de integratie in het algeheel managementproces geldt hetzelfde als voor het risicomanagementproces: het in kaart brengen, beoordelen en beheersen van impacts, risico's en kansen die voortkomen uit de dubbele materialiteitsanalyse was nog niet formeel geïntegreerd in het integrale managementsysteem. Ook hierin zijn verbeteringen gerealiseerd, zoals het implementeren van de ESG-sponsorgroep met daarbij onderliggende ESG-werkgroepen. De in deze duurzaamheidsverklaring opgenomen impacts, risico's en kansen maken hier al wel deel van uit. Dit betekent dat er periodiek over wordt gerapporteerd aan de rvb en rvc. (ESRS 2 IRO-1 par. 53f)
Enexis heeft bij de DMA gebruikgemaakt van diverse bronnen, zoals hierboven samengevat onder 'Methodologieën en aannames', en heeft rekening gehouden met alle activiteiten van Enexis. Bij het in kaart brengen en beoordelen van de impacts, kansen en risico’s is primair gebruikgemaakt van al beschikbare interne bronnen (rapportages, cijfers), aangevuld door interne materiedeskundigen met kennis van de actuele situatie. Hierbij is gebruikgemaakt van ondersteuning van verschillende afdelingen, waaronder Strategie, Internal Audit & Risk en Business Control. (ESRS 2 IRO-1 par. 53g)
De validatie van de DMA voor boekjaar 2025 heeft geleid tot een wijziging aan één van de IRO’s. (ESRS 2 SBM-3 par. 48g) De volgende IRO, die valt onder G1 Politieke betrokkenheid en lobbyactiviteiten, is aangevuld met één zin (zie schuin, dikgedrukte zin): “Vanwege het politiek-bestuurlijke klimaat met veel wisselende meerderheden, kunnen beleidsveranderingen of aanpassingen van wet- en regelgeving vertraging oplopen of een koersverandering betekenen. Daarbij ontstaat het risico op niet-compliant zijn (gevolgen kunnen zijn handhaving, sancties en procedures (incl. schadeclaims)). Aangezien netbeheerders ver vooruit moeten plannen met investeringen, kunnen deze te laat plaatsvinden of niet meer passend zijn met beleidswijzigingen/wet- en regelgeving. In het laatste geval is sprake van een mogelijk afwaarderingsrisico."