Transitieplan voor klimaatmitigatie
Ons strategisch plan vormt de basis voor onze ESG-strategie en het transitieplan voor klimaatmitigatie.(ESRS E1-1 par. 16h) De maatregelen die in het transitieplan staan, zijn onderdeel van de ESG-strategie. De financiële planning van de maatregelen staat in het bedrijfsplan en het investeringsplan.(ESRS E1-1 par. 16h, E1 SBM-3 AR7c)
In het hoofdstuk Klimaatmitigatie staat een gedetailleerde toelichting hoe we deze GHG-reductiedoelstellingen voor scope 1 en 2 denken te behalen, inclusief de operationele uitgaven en kapitaaluitgaven die aanvullende maatregelen met zich meebrengen en hoe dit zich verhoudt tot de EU Taxonomie.(ESRS E1-1 par. 16c en 16e)
In maart 2025 presenteerden we ons (door de rvb goedgekeurde) transitieplan voor klimaatmitigatie. Het transitieplan is gebaseerd op de klimaatrisicoanalyse die door Enexis in samenwerking met experts is uitgevoerd. In het transitieplan staan de doelen en maatregelen om minder broeikasgassen uit te stoten.(ESRS E1-1 par. 16i) Ons doel is een reductie in scope 1 en 2 van 25% in 2030 ten opzichte van het basisjaar 2024. De doelstelling is gebaseerd op een lineaire reductie vanaf 2024 richting 2050.(ESRS E1-1 par. 16a) In het eerste halfjaar van 2026 verwachten we een 2030-doelstelling op scope 3 vast te stellen.(ESRS 2 MDR-P par 65d)
In dit jaarverslag rapporteren we voor het eerst over de voortgang van het transitieplan.(ESRS E1-1 par.16j)
Klimaatrisicoanalyse
In de dubbele materialiteitsanalyse hebben we, naast impacts en kansen, drie klimaatrisico’s geïdentificeerd. We maken hierin onderscheid tussen een fysiek klimaatrisico en klimaattransitierisico’s.
Fysiek klimaatrisico: (ESRS E1 icm ESRS 2 SBM-3 par. 18)
-
Potentieel risico: Overstromingen/extreme neerslag kunnen leiden tot schade aan (bovengrondse) assets (vooral leidingen, kabels en transformatorhuisjes). Dit leidt tot hogere operationele kosten, inzet van crisisdienst en/of mogelijk imagoschade.
Klimaattransitierisico’s: (ESRS E1 icm ESRS 2 SBM-3 par. 18)
-
Potentieel risico: Reductie van GHG-emissies vereist investeringen in maatregelen die het behalen van de doelstelling 'betaalbaar energienet' en de maakbaarheid (beschikbaarheid materialen) onder druk zetten. Het niet realiseren van GHG reductie doelstellingen en de daaruit volgende imagoschade kan leiden tot minder toegang tot kapitaal en hogere rentes/ kapitaalkosten.
-
Actueel risico: Het niet kunnen voldoen aan de toenemende transportvraag voor groene energie en de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk kunnen leiden tot verlies van investeerders en/of toegang tot kapitaal.
In 2025 hebben we met hulp van experts onze klimaatrisicoanalyse geactualiseerd. Bij deze analyse zijn geen bedrijfsonderdelen of relevante ketenpartijen uitgesloten.(ESRS E1 SBM-3 AR6) De actualisatie heeft niet geleid tot significante wijzigingen ten opzichte van de analyse uit 2024.(ESRS E1 icm ESRS 2 SBM-3 par. 19b) Voor de analyse hebben we gebruik gemaakt van de scenario’s van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), de zogenoemde Representative Concentration Pathways (RCP). We zijn uitgegaan van twee geactualiseerde scenario’s: een stijging van 1,7°C (optimistisch) en 4,0°C (pessimistisch) van de wereldwijde temperatuur tot 2100. Om de gevolgen voor ons verzorgingsgebied te bepalen, sluiten we aan bij de scenario’s van het KNMI. (ESRS E1 icm ESRS 2 IRO-1 par.21)
De klimaatrisicoanalyse richtte zich op zowel chronische en acute effecten van hitte, droogte en wateroverlast. Het belangrijkste fysieke klimaatrisico dat hieruit naar voren kwam, is een potentieel risico op meer overstromingen. Door middel van de dubbele materialiteitsanalyse zijn de klimaattransitierisico’s in kaart gebracht. (ESRS E1 icm ESRS 2 IRO-1 par. 20c)
Op de korte tot middellange termijn (0-5 jaar) verwachten we geen toename van het fysiek klimaatrisico. Op de langere termijn kan dat risico wel stijgen. Onze infrastructuur is goed bestand tegen extreme weersomstandigheden zoals overstromingen.(ESRS E1 icm ESRS 2 SBM-3 par. 19c ) Historisch gezien is de kans op een (kleine) overstroming in ons verzorgingsgebied kleiner dan eens per tien jaar. Bij recente overstromingen is de uitval beperkt gebleven, waardoor het acute risico en de mogelijk financiële impact voor nu acceptabel is voor ons. (ESRS E1 icm ESRS 2 IRO-1 par. 20b)
De snelheid van klimaatverandering en het tempo en de richting van de energietransitie zijn onzeker. Daarom houden we rekening met klimaat- én energietransitiescenario’s. (ESRS E1 icm ESRS 2 IRO-1 par. 20a) Deze scenario’s hebben betrekking op onze eigen activiteiten, met name het gebruik van fysieke activa zoals leidingen, kabels, transformatoren en stations. In de analyse is ook rekening gehouden met de upstream- en downstream-waardeketen. (ESRS E1 icm ESRS 2 SBM-3 par. 19a)
In de scenario’s voor het investeringsplan 2026 kijken we naar de periode tot en met 2050. Gezamenlijk schetsen de scenario’s de waarschijnlijke bandbreedte van de vraag en het aanbod van energie in de komende jaren.
De klimaatscenario's komen beperkt en indirect tot uiting in de jaarrekening; we hanteren een degressieve afschrijvingsmethode op gasactiva als gevolg van de toekomstvisie op het gasnet, zoals beschreven in noot 5. Deze visie is gebaseerd op de uitgangspunten van beleid van Netbeheer Nederland. (ESRS E1-AR15)
Locked-in broeikasgasemissies
Locked-in broeikasgasemissies zijn een inschatting van de uitstoot die we in de toekomst maken. In ons aardgasnetwerk bestaat een risico op potentiële emissies: bij het weglekken van gas komt methaan vrij, een sterk broeikasgas. We nemen daarom maatregelen om het weglekken van gas te reduceren. We onderhouden de bestaande gasaansluitingen, maar we leggen voor kleinverbruik in principe geen nieuwe gasaansluitingen meer aan.
Het is onze wettelijke taak om het aardgasnetwerk te blijven onderhouden. Via dat netwerk kan mogelijk in de toekomst ook transport plaatsvinden van duurzame gassen zoals groen gas en waterstof. Hierdoor kan ook na 2050 nog broeikasgasuitstoot bestaan. Een volledige uitfasering van deze locked-in broeikasgasemissies is daardoor niet mogelijk. In ‘noot 13 immateriële vaste activa‘ van de geconsolideerde jaarrekening lichten we onze toekomstvisie op het gasnet toe. (ESRS E1 par. 16d)
Investeringen in economische activiteiten in verband met gas en elektriciteit
In 2025 hebben we aanzienlijk geïnvesteerd in economische activiteiten die verband houden met gas en elektriciteit.1(ESRS E1-1 par. 16f)
|
Bruto-investering |
||
|
€ miljoen |
2025 |
2024 |
|
Totaal elektriciteit (inclusief slimme meters kleinverbruik elektriciteit) |
1.543 |
1.107 |
|
Totaal gas (inclusief slimme meters kleinverbruik gas) |
245 |
215 |
|
Totaal |
1.788 |
1.322 |