Hoe TU Eindhoven slim ruimte creëert in het stroomverbruik

Door het overvolle stroomnet heeft Enexis een wachtlijst voor bedrijven die een zwaardere of nieuwe aansluiting willen. De lange wachttijd maakt het lastig voor deze bedrijven om te groeien en te elektrificeren. Wat te doen als je meer stroom nodig hebt dan het contract toelaat? Een mogelijk antwoord: zelf op zoek gaan naar oplossingen. Dat is precies wat de TU/e deed.

Op de enorme campus in Eindhoven werken en studeren dagelijks zo’n 15.000 mensen. Naast ruim 40 universiteitsgebouwen vind je er meer dan 100 kennisinstituten en hightechbedrijven. Voor elektriciteit heeft de campus een eigen gesloten systeem met een centrale aansluiting van 9,5 MW op het net van Enexis.

“Onze grootste uitdaging is nu om te zorgen dat we genoeg stroom blijven houden”, vertelt Thijs Meulen, adviseur energiemanagement en gebouwautomatisering bij de TU/e. “We willen in 2028 en 2029 twee nieuwe gebouwen opleveren. Ook hebben we capaciteit nodig om verder te verduurzamen en helemaal gasvrij te worden.”

Te hoge piek

Dankzij een eigen warmtenet en 35 warmtepompen heeft de universiteit het gasverbruik al enorm verlaagd. Wel zorgt dit op koude dagen voor hoge pieken in de vraag naar elektriciteit. Zó hoog, dat het op een koude dag voorbij de grens van het gecontracteerde vermogen schoot. “Om dit voortaan te voorkomen, gingen we op zoek naar oplossingen. Samen met 10 partners werken we sinds enkele jaren aan innovatieve manieren om onze bestaande capaciteit optimaal te benutten.”

Eerste oplossingen

Allereerst heeft TU/e een fors accupakket van 3,4 MW aangeschaft, om die hoge pieken in de vraag af te vlakken. “We laden deze accu op met de 3500 zonnepanelen op de campus. Of met netstroom, als de prijzen laag zijn. Wanneer we het accupakket niet nodig hebben, kunnen we de capaciteit inzetten om netcongestie te helpen verminderen.”
Een tweede stap is om de vraag naar stroom meer te spreiden in de tijd. “Dan kunnen we voorkomen dat de warmtepompen allemaal tegelijk aanslaan. We ontwikkelen daarom software die voorspelt hoeveel energie onze gebouwen de volgende dag nodig hebben. Op basis daarvan zetten we de accu in, regelen we de warmtepompen of verlagen we het wattage van de laadpalen voor elektrische voertuigen. We richten ons dus op voorspelbaarheid en flexibiliteit.”

Onafhankelijk worden

Niet alleen technische innovaties, ook menselijke keuzes maken verschil, benadrukt Meulen. “Als studenten en medewerkers hun gedrag aanpassen, kunnen we nog meer besparen op ons energieverbruik voor bijvoorbeeld verwarming en koeling. We hebben een apart team dat nu onderzoekt wat hierin mogelijk is.”

Een volgende stap in het project is om ook innovaties en startups aan het eigen energiesysteem te koppelen, en zo steeds meer onafhankelijk te worden van het stroomnet. “Denk bijvoorbeeld aan de opwek van energie met ijzerpoeder en waterstof. Dan houden we capaciteit over die Enexis kan inzetten om de netcongestie te verlagen.”

Advies voor anderen

Welk advies heeft Thijs Meulen voor andere campussen en bedrijventerreinen die kampen met de beperkingen van netcongestie? “Binnen je huidige capaciteit heb je meer ruimte dan je denkt. Zorg dat je goed inzicht hebt in je energieverbruik, onderzoek waar je flexibiliteit zit en investeer in onafhankelijkheid met eigen opwek en een batterij.”