Impact op grootverbruikers: congestie, wachtlijsten en congestiemanagement
Door de energietransitie heeft er een enorme groei plaatsgevonden in de vraag naar en het aanbod van elektriciteit van onze klanten. Als gevolg hiervan is het net op veel plekken ‘vol’. Dit noemen we congestie. In congestiegebieden komen grootzakelijke klanten die (extra) transportvermogen willen op een wachtlijst. Vermoedelijk blijven wachtlijsten nog jaren bestaan, waardoor klanten vaak heel langdurig geen gebruik kunnen maken van het gewenste transportvermogen. Dit kan ertoe leiden dat bedrijven niet kunnen vestigen, uitbreiden of elektrificeren. Ook plannen voor de opwek van duurzame energie lopen vertraging op. We beseffen dat dit een grote impact heeft op bedrijven en de maatschappij. In vrijwel ons hele verzorgingsgebied is er congestie, en de impact op onze klanten is daardoor wijdverbreid. (ESRS S4 para 10b)
Om alle klanten toegang tot energie te kunnen geven, moeten we het probleem anders benaderen. Daarom gaan we in gesprek met klanten en andere stakeholders om samen te zoeken naar werkbare oplossingen. Dat elektriciteit altijd en overal beschikbaar is, is niet meer vanzelfsprekend. Dat vraagt van huishoudens en bedrijven dat ze hun gedrag aanpassen en dat bedrijven anders werken en plannen.
Impact op grootverbruikers: handelingsperspectief
Klanten en stakeholders hebben behoefte aan duidelijkheid en handelingsperspectief om hun energiebehoefte te blijven vervullen en hun doelstellingen te behalen. Helaas kunnen we het gevraagde handelingsperspectief niet altijd bieden. De planning en uitvoering van netinvesteringen kennen veel afhankelijkheden, onder meer langdurige ruimtelijke procedures, vergunningstrajecten en realisatietermijnen. Daardoor weten grootzakelijke klanten vaak niet waar ze aan toe zijn, wanneer er transportcapaciteit beschikbaar komt of welke andere oplossingen mogelijk zijn. Dit kan ertoe leiden dat bedrijven hun investeringen uit- of afstellen waardoor de verduurzaming van de maatschappij, de groei van de economie en de voortgang van de energietransitie stagneert.
Impact op kleinverbruikers: aansluittermijnen en wachttijden
Ook huishoudens ondervinden steeds vaker hinder van het volle net. De vraag naar elektriciteit stijgt snel, terwijl ook de teruglevering via zonnepanelen toeneemt. Hierdoor neemt de druk op het stroomnet in woonwijken fors toe. Vaak is verzwaring of uitbreiding van het net noodzakelijk voordat een huishouden een nieuwe of zwaardere aansluiting kan krijgen. De combinatie van een stijgend werkvolume en een tekort aan technisch personeel zorgt voor langere wachttijden bij aansluitingen of verzwaringen. In gebieden waar congestie is, komen vanaf 1 juli 2026 ook kleinverbruikers op de wachtlijst. Net als voor grootverbruikers geldt dat bepaalde klanten aanspraak kunnen doen op prioriteit, waarmee ze hoger op de wachtlijst komen.
In september 2024 vernietigde het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de netcode voor aansluittermijnen van kleinverbruikers. De netbeheerders hadden beroep aangetekend omdat de bestaande netcode geen rekening hield met de gevolgen van netcongestie. Inmiddels werkt de ACM aan een nieuwe code, waarbij de regionale netbeheerders een adviserende rol hebben. Welke invloed dit heeft op onze doelstellingen voor 2026 zal later blijken.
Beleid voor toegang tot het net
Zoals eerder beschreven lukt het ons niet altijd om klanten tijdig te voorzien van een aansluiting of het gewenste transportvermogen (MDR-P ESRS 2 para 65 (d)) In deze situatie past Enexis beleid toe voor wachtlijsten en voor de prioritering van klanten op de wachtlijst en netuitbreidingen. Dit beleid sluit aan bij de wettelijke kaders en richtlijnen van de ACM.
Congestiemanagement en wachtlijsten
Sinds 1 januari 2025 geldt het nieuwe ACM-codebesluit voor aansluittermijnen van grootverbruikers. In gebieden met congestie is de aansluittermijn daarbij gekoppeld aan het moment waarop de congestie wordt opgelost. Voor gebieden zonder congestie zijn termijnen vastgesteld. Deze termijnen zijn uitvoerbaar voor de netbeheerder en zorgen voor voorspelbaarheid voor klanten. Voor grootverbruikers zijn de termijnen vastgesteld op 26 weken, 52 weken of een project specifieke termijn, afhankelijk van de complexiteit van het project, met daarbovenop een regionale, dynamische wachttijd die rekening houdt met de beschikbare uitvoeringscapaciteit. Ons beleid sluit aan bij deze wettelijke kaders en richtlijnen van de ACM. (MDR-P ESRS 2 para 65 (d)) MDR-P ESRS 2 para 65(d))
Wanneer we congestie verwachten, melden we dit formeel bij de ACM. Vervolgens voeren we een congestieonderzoek uit volgens de Netcode-richtlijnen van de ACM. Vanaf het moment dat Enexis congestie aankondigt komen transportverzoeken van grootverbruikers terecht op een wachtlijst.
Als onderdeel van het congestieonderzoek passen we congestiemanagement toe. Hierbij vragen we bestaande klanten – vrijwillig, en soms verplicht – om flexibel om te gaan met hun verbruik of teruglevering van elektriciteit. We maken hierover contractuele afspraken: klanten verlagen hun verbruik tijdens piekmomenten en ontvangen hiervoor een vergoeding. Met voldoende flexibel vermogen kunnen we overbelasting voorkomen.
Prioritering van klanten op de wachtlijst
Transportvermogen dat beschikbaar komt, bieden we aan volgens de volgorde van de wachtlijst. MDR-P ESRS 2 para 65(a)(b);S4 15) Hierbij houden we rekening met klanten die op basis van het maatschappelijk prioriteringskader van de ACM prioriteit hebben. Klanten die denken dat ze hiervoor in aanmerking komen, kunnen een verzoek tot prioritering indienen bij Enexis. Zij moeten hun aanvraag onderbouwen volgens de richtlijnen van de ACM in het codebesluit. (ESRS 2 65(d)) Enexis beoordeelt de aanvragen op basis van die richtlijnen en informeert de klant over het besluit. Klanten die maatschappelijke prioriteit krijgen, komen in de toegewezen prioriteringscategorie hoger op de wachtlijst te staan. (MDR-P ESRS 2 para 65(a)(b) ESRS S4 15)
Dankzij deze prioritering kunnen bepaalde grootverbruikers eerder transportvermogen krijgen. Daarmee beperken we de negatieve maatschappelijke impact van het niet kunnen bieden van transportvermogen aan deze klanten. (ESRS 2 65(a)) Tegelijkertijd betekent dit voor andere klanten dat zij langer op de wachtlijst staan en dat hun onzekerheid toeneemt.
Momenteel geldt het maatschappelijk prioriteringskader alleen voor grootverbruikers.(MDR-P ESRS 2 para 65 (b); ESRS S4 15) In maart 2025 vernietigde CBb het oude prioriteringskader van de ACM. Per 1 januari 2026 geldt daarom het nieuwe codebesluit van de ACM voor maatschappelijk prioriteren. Met dit codebesluit worden grootverbruik en kleinverbruik klanten op dezelfde manier behandeld. In gebieden waar sprake is van congestie, komen kleinverbruik klanten vanaf 1 juli daardoor ook op de wachtlijst.
Programmeren en prioriteren van netuitbreidingen
Bij de verbouwing van het energiesysteem lopen we aan tegen de grenzen van onze uitvoeringscapaciteit en ruimte. We moeten keuzes maken over waar en wanneer we starten als we sneller de benodigde energie-infrastructuur willen ontwikkelen. (ESRS 2 para 65(a)) Maatschappelijke ontwikkelingen zijn hierin leidend. We werken daarom samen met verschillende partijen, zoals de overheid, provincies, gemeenten en marktpartijen. Samen met de deze partijen gaan we gebiedsgericht aan de slag om een gezamenlijk beeld te vormen van de toekomstige ontwikkelingen. We brengen benodigde keuzes en beslismomenten in kaart en stemmen ruimtelijke plannen en de ontwikkeling van de energie-infrastructuur beter op elkaar af. Met als doel om in 2030 de infrastructuur te kunnen realiseren in een volgorde die optimaal is voor de maatschappij. Hierdoor kunnen we beter omgaan met netcongestie en zijn we ook beter in staat om toekomstige congestie te voorkomen. (ESRS 2 para 65(a)(b))
Deze samenwerking heeft geleid tot het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK). In het pMIEK worden ruimtelijke ontwikkelingen met een hoge maatschappelijke prioriteit geselecteerd, samen met de benodigde energie-infrastructuur. Waar nodig krijgen deze investeringen voorrang bij de planning en uitvoering. De prioriteiten uit het pMIEK nemen we mee bij het opstellen van het Investeringsplan en de prioritering van het investeringsportfolio. Daarnaast draagt het proces bij aan het structureel meenemen van energie en energie-infrastructuur in de ruimtelijke ordening van Nederland. (ESRS S4 1)5